‘BIM-men is als rijden in een Ferrari’

Tweegesprek Gustaaf Kühne en Lex Ransijn

bron: De Architect, klik hier

tekst Merel Pit

Gustaaf Kühne is groepscoördinator bij EGM. Samen met de projectarchitect is hij verantwoordelijk voor de inhoudelijke projectleiding bij een opgave. Daarnaast is hij bestuurslid bij de Bouw Informatie Raad (BIR), als vertegenwoordiger namens de BNA.

 

Lex Ransijn begon tien jaar geleden bij de Nijs als werkvoorbereider. Hij heeft gewerkt aan spectaculaire projecten als de Hermitage en het EYE in Amsterdam. In 2013 is hem gevraagd om BIM te implementeren bij de Nijs.

 

Kühne en Ransijn kenden elkaar niet voordat ze met elkaar in gesprek gingen. Geen voorbereide een-tweetjes dus, tenminste, dat dachten ze van tevoren. Maar tijdens het gesprek bleek al gauw dat ze op één lijn zitten wat BIM betreft: “Wanneer je enige tijd meegaat in de BIM-wereld dan zie je dat iedereen er hetzelfde over denkt”, aldus Ransijn. 

Mis de BIM-boot niet

Gustaaf Kühne (GK): Als je nu als architect nog met BIM moet beginnen, heb je de boot gemist.

 

Lex Ransijn (LR): Ja dat denk ik ook. Als je zelf al een tijdje in een Ferrari op de linkerbaan rijdt en je krijgt ineens te maken met iemand die met paard en wagen in een weiland aan het ploegen is, dan gaat het gewoon niet meer. Je kunt niet zover terugschakelen. Het contrast is dan te groot.

 

GK: in 2008 zijn we met BIM begonnen voor een groot laboratoriumgebouw. Het heeft ons veel energie gekost om dat te organiseren. Niet iedereen binnen het bedrijf was er meteen van overtuigd dat we met ontwikkeling mee moesten gaan. Uiteindelijk is het hele bedrijf om en hebben we zelfs een eigen businessmodel bedacht om al onze BIM-modelleurs en coördinatoren binnen boord te houden. We doen dit door alle producten die we regulier in onze projecten leveren ook inkoopbaar te maken. Zo werkt een aantal van onze werknemers tijdelijk bij andere architecten. Maar er zijn ook aannemers die modelleercapaciteit zoeken.

‘BIM is een (architecten)vak’

LR: BIM is een vak. Hiervoor moet je bedrijf veranderen in een gedigitaliseerd bedrijf. En voor deze verandering heb je visie, urgentie, een plan, middelen en competenties nodig. Veel architecten zien de urgentie nog niet en dan ontstaat er weerstand. Als ze geen projecten meer krijgen, dan moeten ze wel, maar er zijn nog altijd opdrachtgevers die BIM niet verplicht stellen.

 

GK: Wij geloven dat wanneer we niet met BIM waren begonnen, we over een paar jaar niet meer zouden bestaan. Maar er zijn natuurlijk bureaus die geen flink bedrag per werknemer kunnen of willen investeren om ze wegwijs te maken in BIM.

 

LR: Ik begrijp dat architecten zich afvragen wat een investering in BIM nou oplevert. Wij hebben ook behoorlijk veel geïnvesteerd in BIM, terwijl BIM er in de eerste plaats voor zorgt dat de opdrachtgever krijgt waar hij om vraagt. Maar als architect kun je, als je BIM goed beheerst, efficiënter werken met behoud van kwaliteit. De honoraria staan onder druk, waardoor je wel moet BIM-men om het hoofd boven water te houden. Dat geldt net zo goed voor ons als aannemer.

 

GK: Dankzij BIM hebben wij als architectenbureau de mogelijkheid om ons vak weer in alle volledigheid uit te voeren. We moeten goed nadenken wat we bij een aannemer aanleveren, want hij moet bedenken hoe hij het bouwpakket in elkaar gaat zetten. De manier waarop we het deden was vrij complex geworden en in combinatie met snelle bouwtijd opgelegd door opdrachtgevers, was het heel lastig om nog kwaliteit te maken. Dat gaat nu beter.

‘De architect is verantwoordelijk voor het maken van prestatiemodellen’

LR: De ideale situatie voor mij is dat de architect verantwoordelijk is voor het maken van de prestatiemodellen die naar de aannemer gaan. In mijn ogen wordt de architect aangenomen om ervoor te zorgen dat de opdrachtgever krijgt wat hij wil. De architect moet niet alleen kijken naar de esthetica, maar bijvoorbeeld ook naar de regelgeving. Hij moet controleren of het werk van de andere adviseurs voldoet aan de wensen van de opdrachtgever.

 

GK: Als de architect dit goed doet en het model afstemt met constructeur en installatieadviseur neemt hij de aannemer veel werk uit handen. De aannemer kan immers vervolgens diezelfde betrouwbare gegevens doorsturen naar toeleveranciers.

 

LR: De Nijs noemt zich bewust een BIM-regisseur. Wij willen regisseren met modellen. Ons beleid is dan ook dat wij niks modelleren. Vroeger stroomlijnden wij als aannemer alle tekeningen die bij ons binnenkwamen, van de architect, de constructeur, de installatie-adviseur en de toeleveranciers. Dat blijven we doen, maar nu met alle 3d modellen. Vroeger kwamen ze op papier binnen, daarna als pdf en nu ontvangen we het liefst IFC’s. Wij vinden dan ook dat een architect zelf een goed model moet kunnen maken. Maar als dat op de een of andere manier niet gebeurt, dan huren we in overleg met de opdrachtgever een partij in om dat model voor ons te maken.

‘Veel aannemers onderschatten de waarde van een 3d model’

GK: Wij zijn er ook voor dat elke adviseur zijn eigen model maakt, al geven wij ons revitmodel niet zomaar weg. Daarin zit onze werkmethodiek, onze bibliotheek en onze templates. Maar de bouwinformatie die erin zit draag ik graag over door het model te exporteren naar een open standaard. Wij vinden het zonde wanneer wij een goed BIM model hebben gemaakt en de opdrachtgever vraagt vervolgens toch om pdf’s en een uitvoerig bestek, terwijl een aannemer enorm veel informatie uit onze IFC’s kan halen, bijvoorbeeld met Solibri.

 

LR: Ja precies. Wij vragen daarom ook altijd of er een 3d model aanwezig is. Maar zelfs met een 3d model gaat vaak nog veel informatie verloren. Dan heeft bijvoorbeeld een architect veel moeite gedaan om alle informatie in 3d te zetten, maar dan exporteert hij het model verkeerd. Vervolgens gaat dit bij de aanbestedingsstukken en kunnen wij al die waardevolle informatie er niet uithalen.

 

GK: Aan de andere kant onderschatten veel aannemers de waarde van een 3d model dat door een architect is gemaakt. Aannemers denken dat ze zelf moeten kunnen modelleren, maar dat is helemaal niet zo.

 

LR: Dat klopt. Ik denk dat er in Nederland maar enkele aannemers zijn die goed kunnen omgaan met de informatie die ze krijgen aangeleverd als IFC. Daarnaast zijn er de nodigen die het wel begrijpen, maar die een hele organisatie achter zich hebben waar binnen nog veel weerstand leeft.

‘Architecten moeten op een gegeven moment stoppen met ontwerpen’

LR: Wij willen er voor zorgen dat de modellen voor iedereen toepasbaar en bruikbaar zijn. Iedereen moet kunnen profiteren van de modellen in omloop. Daarom hebben we met 15 andere aannemers bij elkaar gezeten om te bespreken wat we in Nederland moeten standaardiseren met betrekking tot BIM. Wat hieruit kwam is een afgeleide van de RVB BIM-norm en dit zijn de nuttige afspraken. Als je dit niet kunt, moet je niet inschrijven op BIM-projecten.

 

GK: Aan zoiets heb je heel veel. In Nederland wordt gewerkt aan een BIM-norm, maar dat zijn vaak dikke, ontoegankelijke boekwerken die niemand leest. Je hebt een paar heldere do’s en don’ts nodig.  Een belangrijke voor architecten is dat je op een gegeven moment moet stoppen met ontwerpen, zodat de andere adviseurs hun modellen up to date kunnen maken en toeleveranciers aan de slag kunnen gaan met het model. Je moet in het project een keer definiëren wat het product is dat je met elkaar gaat maken. Maar hier hebben de meeste architecten moeite mee.



Add Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: